Historie

Museum Hengelo (docu. samenstelling en regie Museum TV, zie ook www.museumtv.nl )

van Oald Hengel tot Museum Hengelo 

Museum Hengelo is gevestigd in een oorspronkelijk winkelwoonhuis dat in 1881 werd verbouwd tot herenhuis. Hier leefde de familie Van Benthem, die goede zaken deed met grond en huizen en bovendien kwekerijen bezat. De langstlevende en oudste dochter Elisabeth van Benthem, ongetrouwd, woonde hier met haar gezelschapsdame en haar gezin tot het overlijden van mevrouw van Benthem in 1973. Het was de wens van mevrouw van Benthem dat het huis voor Hengelo behouden zou blijven.

In 1974 kocht de stichting Oald Hengel met steun van de gemeente Hengelo het pand en startte in 1976 een oudheidkamer. In februari 2004 werd de oudheidkamer officieel een erkend museum: Museum Henge

lo.
In 1995 werd er een nieuwe vleugel bijgebouwd om meer ruimte beschikbaar te hebben. Het oude gebouw werd in 1998 een rijksmonument. Door sloop en bouwwerkzaamheden aan de overkant van de Beekstraat traden in 2000 verzakkingen op waardoor scheuren in het gebouw ontstonden. Een uitbreiding en vernieuwing van de fundering was nodig om het gebouw te stabiliseren. Tegelijkertijd vond een grondige renovatie van het gebouw plaats.  In 2003 is de inrichting geheel vernieuwd en aangepast aan de moderne tijd.

 

 

Hengelo dorp of stad? 

We kunnen op de vraag of Hengelo een ‘stad’ is in de betekenis van een plaats met stadsrechten erg kort zijn. Het antwoord is NEE!. Stadsrechten werden verleend door de Landsheer van Overijssel en dat was in de tijd van toekenning van stadsrechten de bisschop van Utrecht.(tot 1528 voor het Neder en Oversticht).  Het stadsrecht week af van het algemene landrecht. Het gaf de burgers van de stad vrijheid in tegenstelling tot de boeren van het omliggende platteland. Deze waren in de oude tijden meestal horig en voor hen golden dikwijls de horige rechten of zoals dat voor een bepaalde categorie boeren in Twente gold was dat het Twentse hofrecht.

In de stad had men b.v. een eigen rechtspraak en een eigen handelsrecht dat bepaald was door veranderende economische omstandigheden. Een plaats met een z.g.n. stadsmuur hoeft niet altijd stadsrechten gehad te hebben.

In Hengelo is, nadat de havezate Hengelo of het Huys Hengelo was ontstaan (1457), rondom die havezate een verzameling woningen gebouwd. Voor het merendeel op grond van de eigenaar van de Havezate Hengelo. In 1577 hebben getuigen van het dorp een verklaring afgelegd voor de rechter van Borne over de overleden eigenaar van de havezate Hengelo, Frederik van Twickelo. Dan wordt in die verklaring het woord ‘dorp’ gebruikt.

Voor de bewoners van Hengelo gold het landrecht van Overijssel en het dorp lag in de marke Woolde en viel onder het richterambt Delden.

Merkwaardig is dat al in 1676 sprake is van een dorp Hengelo, maar ook van een Veldzijde. Deze beide begrippen bestaan nog tot in de Franse tijd (1795-1813). Zowel dorp als Veldzijde hebben zelfs een financiële verantwoording vanaf 1730 en heeft dan toch een bepaalde vorm van bestuur. Er wordt in 1730 overeengekomen dat de kosten voor de aanschaf van een brandspuit gedragen worden door de Veldzijde voor 1/3 deel en voor het dorp voor 2/3 deel. Er is in de 18e eeuw  sprake van Setters van de Veldzijde die financiële verantwoording afleggen aan de Veldmannen van de Veldzijde.
Tot nog toe is nooit vastgesteld wat in geografische zin precies de Veldzijde was en wat precies het dorp.

Op 1 mei 1802 wordt in het dorp Hengelo een ‘gemeentebestuur’ ingesteld dat bestaat uit vertegenwoordigers van de Veldzijde en vertegenwoordigers van het dorp Hengelo. En in 16 artikelen wordt dan de taak van het gemeentebestuur geregeld. Hengelo is echter dan nog geen gemeente zoals we die nu kennen. De marken bestaan dan nog en Hengelo behoort dan nog steeds tot het richterambt Delden.

Pas in 1811 is bij de invoering van de Franse wetgeving bij keizerlijk decreet ons land verdeeld in departementen, arrondissementen, kantons en mairieën later gemeenten genoemd. Toen is pas de gemeente Hengelo ontstaan door samenvoeging van de marken Beckum, Oele en Woolde.