woensdag 10 april 2019 14:00

Lezing 'Ontstaan moderne natuurwetenschaop'

Lezing ‘Ontstaan moderne natuurwetenschap in de 17e eeuw’ door A. Bleeker

 

Datum            Woensdag 10 april

Aanvang        14:00 uur

Toegang        €5,00 (donateurs € 2,50)

Locatie           Auditorium, Museum Hengelo – Beekstraat 51

 

In deze lezing zal het ontstaan van de moderne natuurwetenschap worden belicht aan de hand van twee hoofdrolspelers in deze geschiedenis: Galilei en Newton. Eerstgenoemde, die leefde van 1564 tot 1642, heeft vooral bijgedragen tot de ontwikkeling van de sterrenkunde. En daarnaast heeft hij baanbrekend werk verricht bij de bestudering van de valbeweging. Beide onderwerpen komen in de lezing aan de orde. Centraal staat daarbij de vraag waarin het vernieuwende van het werk van Galilei precies bestaat, en welke gevolgen uit zijn werk zijn voortgekomen.

Voordat Newtons werk kan worden besproken, moet kort worden stilgestaan bij Kepler (1571 – 1630). Zijn wetten betreffende de banen van de planeten van ons zonnestelsel hebben een cruciale betekenis gehad voor de verdere ontwikkelingen. Newton ((1642 – 1727) bouwde voort op het werk van Kepler. Hij ontwikkelde de algemene theorie van de zwaartekracht. Daarnaast is van belang dat hij de infinitesimaalrekening ontwikkelde, een wiskundige methode die uiterst nuttig gebleken is voor de natuurwetenschap.

Omkijken naar hoe onze  natuurwetenschappelijke kennis tot stand is gekomen, is niet alleen interessant zoals dat met veel dingen uit het verleden het geval kan zijn. Bij Galilei wordt zichtbaar dat een bespreking van de valbeweging omslachtig is omdat hij nog niet beschikt over de wiskundige kennis van Newton. Dat verschil speelt tot op heden: bespreek ik in klas 4 de valwetten voor of na de differentiaalrekening in de wiskundeles?

Ook is interessant dat Galilei het oude onderscheid tussen het natuurlijke en het kunstmatige overhoop haalt. Welbeschouwd heeft hij dat niet eens goed in de gaten, en dat geldt bij sommige anderen tot op de dag van vandaag.

Bij Newton wordt het theoretische karakter van de natuurwetenschap ten volle zichtbaar. Ook zal aan de orde komen hoe hij zijn nieuwe wiskunde gebruikt bij het bewijs van de tweede wet van Kepler. De bewegingswetten van Galilei en Kepler blijken uiteindelijk verschillende verschijningsvormen te zijn van één en dezelfde natuurwet.

Nadat we zijn werk besproken hebben, kunnen we omkijkend naar zijn voorgangers, zien hoezeer ook zij al theoretisch te werk gingen. Dit theoretische karakter van de natuurweten­schap komt in de 20e eeuw nog veel sterker naar voren.

Tenslotte zal, als de tijd het toelaat, worden stilgestaan bij de vraag of, en in hoeverre, reeds in de 17e eeuw iets naar voren komt van wat ons tegenwoordig zo bekend is van de natuurwetenschap: het grote beroep dat zij doet op de verbeeldingskracht: een gekromde ruimte; deeltjes die zich als een golf bewegen; sterren die miljarden lichtjaren weg staan en waarvan we dus waarnemen waar ze waren bij de oerknal, d.w.z. bij ons in de buurt.

De inleider, Anne Bleeker, heeft natuurkunde en filosofie gestudeerd. Hij heeft in verschil­lende functies aan de universiteit gewerkt. Zijn belangstelling betreft de filosofie en de geschiedenis van de natuurwetenschappen. Op dit gebied heeft hij aan het eind van zijn loopbaan nog enkele jaren gedoceerd in het VWO.